di 12 mei. 2026
Cleanroom Cleanroom 

Cleanroomkleding die langer meegaat en beter beschermt

In bijna elk cleanroomkledingstuk zit een polyester spiraalrits. Het trekkermechanisme daarvan is in de meeste gevallen vervaardigd uit messing legeringen. Na 50 tot 60 was- of stoomsterilisatiebeurten begint dat onderdeel te corroderen. De rits functioneert dan nog, maar corrosie laat sporen na: metaalresten, verkleuringen, een verhoogd risico op afkeuring bij de retourinspectie van de wasserij. In ESD-omgevingen komt daar een bijkomend probleem bij: een metallische ritsschuiver vormt een ongecontroleerde geleidingsbaan op de voorzijde van het kledingstuk, precies de meest kritische zone.

Join the wave Join the wave 
Newsletter Form
Blijf op de hoogte van ons laatste nieuws.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.

Deel dit artikel

Van Moer vervangt die ritsschuiver door een versterkte polyamide variant. Bestand tegen industrieel wassen én alle gangbare sterilisatiemethoden, inclusief stoom en gammabestraling. Geen corrosie, dus geen partikelafgifte en geen ongecontroleerde ontlading.

Van Moer ontwikkelt al jaren cleanroomkleding voor de halfgeleider-, farma- en voedingsindustrie. Niet als bijproduct van een breder werkkleding-assortiment, maar als specialisatie. Dat heeft geleid tot keuzes die u bij concurrenten niet terugvindt. Hieronder leggen we uit welke dat zijn, en waarom ze ertoe doen.

Waarom is de mens de grootste contaminatiebron in een cleanroom?

Een cleanroom is, in de kern, een race tegen jezelf. Luchtfilters, muren en vloeren zijn beheersbaar. De mensen die dagelijks die ruimte binnenstappen, zijn de oncontroleerbare variabele. Een zittende medewerker stoot 100.000 deeltjes per minuut uit. Eentje die rondloopt produceert er meer dan een miljoen.

In een ISO klasse 5-omgeving zijn maximaal 3.520 deeltjes van 0,5 µm per kubieke meter lucht toegestaan. In ISO klasse 8 loopt dat op tot 3.520.000. Dat is een factor duizend verschil. Een kledingstuk dat volstaat op de productievloer van een voedingsbedrijf, hoort niet thuis in de productieomgeving van elektronische chips.

Cleanroomkleding beschermt het product, niet de persoon. Bij Van Moer vertaalt dat zich in ontwerp op maat van de specifieke werkomgeving: steriliseerbaarheid, elektrostatische ontlading, poriëngrootte, bewegingsvrijheid. Geen standaardoplossing, maar een kledingstuk dat vertrekt vanuit wat de omgeving technisch vraagt.

Wat maakt cleanroomkleding technisch anders dan gewone werkkleding?

Gewone werkkleding is gemaakt van katoen of katoenmixweefsels. Katoen verliest continu vezels. In een cleanroom is dat onacceptabel. Van Moer gebruikt stoffen van 98% polyester met een strak geweven structuur die vezelemissie minimaliseert. De poriëngrootte van het weefsel is bewust bepaald: te groot en er passeren te veel deeltjes, te klein en de warmteopbouw wordt een probleem voor de drager. De juiste poriëngrootte is een technisch compromis tussen protectieniveau en draagcomfort.

De 2% koolstofvezel in het weefsel heeft een andere functie. Die maakt het kledingstuk antistatisch. Koolstofvezels voorkomen dat het kledingstuk statische lading opbouwt, wat drie concrete problemen oplost: het kledingstuk trekt geen deeltjes aan vanuit de omgeving, het veroorzaakt geen ongecontroleerde elektrostatische ontladingen naar gevoelige componenten, en het kleeft niet aan de huid van de drager. Dat laatste klinkt als een comfortkwestie. In de praktijk is het ook een veiligheids- en kwaliteitskwestie, want een operator die gehinderd wordt door zijn kleding, beweegt anders en genereert meer contaminatie.

Waarom gebruikt Van Moer een polyamide ritsschuiver in plaats van metaal?

Wij zijn als enige aanbieder op de markt overgestapt naar 100% non-metallic ritssluitingen voor kritische zones. De ritsschuiver is van ongekleurd polyamide PA6. Geen metaal, geen kleurpigment, geen onderdelen die oxideren.

Dat klinkt als een detail. Het is geen detail.

Metallische ritsschuivers corroderen na herhaalde blootstelling aan wassen, stoomsterilisatie of gammabestraling. Een gecorrodeerde ritsschuiver schuift stroef, beschadigt het kledingstuk, en leidt tot afkeuring — ook als de rest van de stof nog perfect is. In de statistieken van wasserijen is ritsschade de nummer één reden voor vroegtijdige afkeur van cleanroomkleding.

De PA6 puller corrodeert niet. Hij overleeft stoomsterilisatie op 134°C en gammabestraling. Voor ESD-omgevingen elimineert hij ook nog een bijkomend risico: een metallische rits op de voorzijde van het kledingstuk vormt een ongecontroleerde geleidingsbaan op precies de meest kritische zone. Non-metallic ontwerp schrapt dat risico bij de bron.

Hoe voert ESD-stof statische lading werkelijk af?

Een ESD-incident op een siliciumwafer kan componenten ter waarde van duizenden euro’s vernietigen zonder dat de operator het merkt. In farmaproductie trekt statische lading fijnstof aan op precies de verkeerde plek. Het risico is concreet, niet abstract.

Bij standaard ESD-weefsels loopt de koolstofvezel in één vaste richting door het raster. Dat werkt, maar niet optimaal. Lading verspreidt zich ongelijkmatig, bouwt op in zones, en vloeit pas later en minder gecontroleerd af.

Bij Van Moer is de vezeloriëntatie specifiek anders geconfigureerd. De stof wordt bewust zo georiënteerd dat naden worden vermeden in kritische zones. Naden onderbreken de geleidingsbaan en creëren zwakke punten waar lading zich ophoopt. Door die naden te elimineren loopt de geleiding door het volledige kledingstuk zonder onderbreking. Snellere afvoer, gelijkmatiger verspreiding.

Het gevolg is een hoger stofverbruik in productie. Als u de snijrichting bepaalt op basis van vezeloriëntatie en naadpositie, rendeer je minder efficiënt op de rol. Dat is een reële productiekost die we bewust aanvaarden. Het resultaat spreekt voor zich: in onafhankelijke tests komen onze overalls als beste uit op geleiding én op wasbestendigheid, en gaan ze gemiddeld 15 tot 20% langer mee dan vergelijkbare producten.

Waarom gaan Van Moer kledingstukken 15 tot 20% langer mee?

Klanten merken dat niet in theorie, maar in de praktijk. Bij correct gebruik en onderhoud blijft Van Moer ESD-cleanroomkleding langdurig betrouwbaar presteren. Dat is geen toeval, maar het directe gevolg van twee constructieve keuzes.

Door onze speciale constructie kunnen we een langere levensduur garanderen. De kleding blijft bij correct gebruik en onderhoud langer vormvast, behoudt beter haar barrièrewerking en ESD-prestaties, en vermindert het risico op vroegtijdige afkeur door ritsschade.

In TCO-termen is de impact direct: een kledingstuk dat 20% langer meegaat, betekent bij een vloot van 200 kledingsets veertig minder vervangingen per cyclus. Minder administratie, minder variatie in kledingkwaliteit, stabielere cleanroomprestaties over de tijd.

Waar lopen industriële wasserijen tegenaan met cleanroomkleding?

Drie problemen komen systematisch terug.

Ritsschade is veruit het meest voorkomend. Bij een vloot van duizenden kledingstukken leidt dat tot een substantieel afvalpercentage. Beschadiging wordt pas zichtbaar bij de retourinspectie, niet tijdens het wassen zelf. De PA6 ritsschuiver van Van Moer reduceert dat percentage meetbaar.

Traceerbaarheid is het tweede knelpunt. Een cleanroomwasserij verwerkt kledingsets van meerdere bedrijven tegelijk. Elk kledingstuk moet traceerbaar zijn per medewerker, per wasronde, per klant. Elk Van Moer kledingstuk heeft een marking patch waarop een barcode of persoonsgebonden identificatie kan worden aangebracht. Dat maakt beheer zonder extra administratieve last mogelijk.

Temperatuurcompatibiliteit is het derde. Kledingstukken waarvan de fabrikant geen expliciete wastest documenteert, vormen een risico voor het wasproces. Van Moer test alle stoffen en garnituren extensief op industrieel wassen en documenteert de testresultaten.